Alle inzichten

Blessurevrij

Belasting

Steeds dezelfde blessure? Kijk ook naar je belastbaarheid

12 juni 2026 4 min leestijd

Het is alweer die kuit. Of die achillespees, die knie, die onderrug. Rekken, oefeningen, andere schoenen, een looptechniekanalyse. Het wordt even beter. Een paar weken later is het terug.

Op een gegeven moment ga je je afvragen of het ooit overgaat. Wat er bij jou precies speelt, stelt een fysiotherapeut of arts vast, niet een blog en niet een zoekopdracht. Maar er is wel een hoek waar in mijn ervaring te weinig wordt gekeken: niet alleen je techniek, ook je belastbaarheid.

Een blessure is meestal een rekensom

De meeste klachten die niet door één acute beweging ontstaan, hebben met overbelasting te maken. Overbelasting is een verhouding: de belasting die je erop legt versus wat je weefsel op dat moment aankan. Twee knoppen, niet één.

De sportwereld richt zich bijna altijd op de eerste knop: minder hard, andere techniek, betere schoenen, een aangepast schema. Soms terecht. Maar als je weefsel structureel te weinig herstelt, blijf je aan de verkeerde knop draaien. Looptechniek perfectioneren mag, maar als je pees nooit de kans krijgt om sterker terug te komen dan hij belast wordt, blijft het lastig.

Waarom herstel het onderschatte deel is

Weefsel wordt sterker tijdens herstel, niet tijdens de belasting. Pezen en botten hebben daar bovendien meer tijd voor nodig dan spieren, wat verklaart waarom juist die structuren zo vaak terugkerende klachten geven bij wie te snel opbouwt of te weinig herstelt.

Dat herstel staat niet los van de rest van je leven. Slaap is wanneer een groot deel van het weefselherstel plaatsvindt. Chronische stress houdt ontstekingsprocessen langer aan. Een tekort aan voeding of bepaalde voedingsstoffen vertraagt de opbouw. Bij vrouwelijke sporters speelt energiebeschikbaarheid een extra grote rol in botgezondheid. Met andere woorden: dezelfde onderlaag die je prestatie bepaalt, weegt ook mee in hoe gevoelig je bent voor klachten.

Dat is geen reden om fysiotherapie of een goede opbouw overboord te gooien, integendeel. Het is een reden om er een laag onder te leggen. En bij scherpe pijn, pijn die blijft of een klacht die steeds op dezelfde plek terugkomt, begin je bij een fysiotherapeut of je huisarts. Die kan onderzoeken wat er aan de hand is; dit stuk kan dat niet.

De vragen die verder helpen dan “wat is er kapot?”

Bij een terugkerende klacht zijn dit vaak de vruchtbaardere vragen:

  • Bouw ik te snel op na rust of een blessure, in plaats van geleidelijk?
  • Slaap ik genoeg om weefsel de kans te geven te herstellen?
  • Eet ik genoeg om op te bouwen, of zit ik chronisch in een tekort?
  • Stapelt er stress die mijn herstel in de weg zit?
  • Wissel ik zwaar en licht echt af, of staat alles op dezelfde stand?

Als hier een paar keer een ongemakkelijk antwoord uitkomt, heb je in elk geval een richting: de belastbaarheid onder de symptomen.

Opbouwen is het werk, niet alleen behandelen

De sporters die weinig terugkerende klachten hebben, zijn zelden degenen met de beste oefeningen. Het zijn meestal degenen met de beste basis: die opbouwen in een tempo dat hun weefsel aankan, die genoeg herstellen en die hun training afstemmen op wat hun lichaam op dat moment kan dragen. Dat is minder spannend dan een nieuwe techniek en het is wel het deel dat je zelf in de hand hebt.

Veelgestelde vragen

Waarom komt mijn blessure steeds terug? Dat kan niemand op afstand vaststellen en een blog al helemaal niet: laat het beoordelen door een fysiotherapeut of arts. Wat vaak wel meespeelt is de rekensom eronder. Er kwam meer belasting bij dan het weefsel op dat moment kon verwerken.

Ligt het aan mijn looptechniek of mijn schoenen? Soms, maar zelden alleen daaraan. Krijgt een pees nooit de kans om sterker terug te komen dan hij belast wordt, dan blijft het lastig, hoe goed je techniek ook is.

Welke vragen brengen me verder dan ‘wat is er kapot’? Wat er in de weken vóór de klacht veranderde in je belasting, hoe je sliep en at in die periode en of dit dezelfde plek is als de vorige keer. Die antwoorden neem je mee naar je fysio of arts.

Hoe verklein ik de kans dat het weer gebeurt? Door herstel als onderdeel van je training te behandelen in plaats van als wat overblijft. Opbouwen mag, zolang de opbouw van je weefsel het bijhoudt. Een garantie bestaat niet.


Bronnen:

  • Gabbett T.J. (2016). The training-injury prevention paradox: should athletes be training smarter and harder? British Journal of Sports Medicine, 50(5), 273 tot 280. PMID 26758673.

Loop je steeds tegen dezelfde klachten aan en wil je naar de oorzaak onder de symptomen? Bekijk de Het Prestatieplan of plan een gratis kennismaking.

Volgende stap

Wat houdt jou tegen bij je sportdoel?

Twintig vragen, vier minuten. Daarna weet je waar het bij jou vastloopt, en wat dat je kost aan trainingsrendement.

Doe de Prestatiescan