Onderdeel 04 van vijf
Werkdruk telt mee als trainingsbelasting.
Het verschil tussen een deadline en een interval kent je lichaam niet. Het ziet alleen dat je aan staat.
Vandaar dat een drukke werkweek dezelfde training minder waard maakt.
Gratis. Vier minuten. Direct je score op het scherm.
Herkenbaar?
Vier dingen die hierop wijzen
De sessie op donderdag na een lange dag
De benen zijn er, het vermogen niet. Alsof iemand de bovenkant eraf heeft gehaald.
Wakker liggen met een draaiend hoofd
Fysiek doodmoe, mentaal nog aan. Om half twee ligt er een lijstje in je hoofd dat je ’s ochtends bent vergeten.
Slechte weken zijn altijd drukke weken
Achteraf blijkt dat elke mindere trainingsweek samenviel met een deadline of een gedoe thuis.
Kortere lont, minder zin
Minder zin om te trainen zonder aanwijsbare reden, en meer irritatie over kleine dingen.
Wat er gebeurt
Één stresssysteem, veel afzenders
Het lichaam heeft één systeem voor alles wat als belasting binnenkomt. Een interval, een deadline, een ruzie, een korte nacht: het loopt allemaal via dezelfde route.
Dat systeem is gebouwd om kort aan te staan en daarna weer uit te gaan. Blijft het langer aan, dan gebeuren er twee dingen. Energie wordt weggehaald bij processen die kunnen wachten — en aanpassing kan wachten. Daarnaast wordt terugschakelen ’s avonds moeilijker, waardoor je slaap eronder lijdt en de belasting de volgende dag hoger begint.
Zo wordt een drukke werkweek een trainingsweek met minder rendement, zonder dat er één meter extra is gelopen.
Wat het kost
De training die je wel doet en niet krijgt
Twee identieke intervalsessies, één in een rustige week en één op donderdag na drie dagen crisis op kantoor. Dezelfde tijd, dezelfde afstand, hetzelfde vermogen.
De eerste levert aanpassing op. De tweede levert vooral vermoeidheid op, omdat de energie die naar opbouw had gemoeten al ergens anders is uitgegeven.
De sessie staat in beide gevallen in je logboek. Alleen betaalt er maar één zich uit.
Wat er misgaat
Vier aannames die niet kloppen
“Sporten is juist mijn uitlaatklep”
Vaak waar, en tot een bepaald punt precies goed. Voorbij dat punt wordt de training een derde stressor bovenop de twee die er al waren.
“Ik heb geen stress, ik heb het gewoon druk”
Het lichaam maakt dat onderscheid niet. Druk hebben is fysiologisch een langdurig verhoogde belasting, ook als je het prima vindt.
“Mijn HRV zegt dat het goed gaat”
HRV zegt iets, en het is een van de bruikbaardere signalen. Wat het niet meet is de duur: iemand die al maanden aan staat, kan een acceptabele HRV hebben en toch niets overhouden voor aanpassing.
“Als het project klaar is, komt het wel goed”
Soms. Vaker komt er een volgend project, en is de vraag hoe je traint in een leven waarin het vaak druk is.
Wat er verandert
Drie interventies die hier meestal als eerste komen
Een interventie is niet “beter slapen” of “anders eten”. Dat is een wens. Elke interventie hieronder heeft een moment, een handeling en iets wat je erna meet.
01
De trainingsweek koppelen aan de werkweek
- Wat
- De zwaarste sessies verplaatsen naar de dagen waarop het werk het lichtst is, en de zware sessie na een zware werkdag omzetten in een rustige.
- Wanneer
- Aan het begin van elke week, op basis van je agenda.
- Wat we meten
- Het vermogen of tempo in de zware sessies, en hoe vaak een sessie moet worden afgebroken.
02
Twintig minuten tussen werk en training
- Wat
- Een vaste, korte overgang tussen kantoor en sessie, met een concrete invulling.
- Wanneer
- Op alle avonden waarop je na werk traint.
- Wat we meten
- Hoe de eerste tien minuten van de sessie voelen.
03
Het afsluitritueel van de dag
- Wat
- Een vast moment waarop de werkdag eindigt, inclusief wat er met het lijstje in je hoofd gebeurt.
- Wanneer
- Elke werkdag.
- Wat we meten
- Inslaaptijd en aantal keren wakker.
Samenhang
Waar dit doorwerkt
De vijf onderdelen zitten aan elkaar vast. Verandert er iets hier, dan verandert er ook iets daar.
Veelgestelde vragen over werk en stress
Is dit psychologische hulp?
Nee. Wat hier gebeurt is fysiologisch: kijken hoe belasting van buiten je trainingsrendement beïnvloedt en hoe je je week daarop aanpast. Bij een klacht die bij een psycholoog hoort, verwijs ik door.
Moet ik minder gaan werken?
Nee, en dat zou ook een nutteloos advies zijn. Wat wel verandert is hoe je trainingsweek zich verhoudt tot je werkweek.
Hoe meet je spanning?
Via je eigen invoer, via het patroon in je rusthartslag en HRV, en via het verband tussen je drukke weken en je mindere sessies. Dat laatste verband is bij veel sporters het meest onthullend.
Werkt dit ook als de drukte niet van werk komt?
Ja. De bron doet er fysiologisch weinig toe. Mantelzorg, een verbouwing of een zieke ouder komen uit dezelfde pot.
De andere onderdelen
De vier die eraan vastzitten
Klemt het bij jou hier?
De Prestatiescan geeft je een score per onderdeel. Blijkt spanning je zwakste schakel, dan staat in het rapport wat je de eerste veertien dagen doet.
Vermoed je dat het hier zit? De Prestatieanalyse legt je week naast je trainingen en rekent uit wat het kost.