Voor triatleten
Drie disciplines. Eén herstelsysteem.
Zwemmen, fietsen en lopen vragen ieder om hun eigen trainingstijd. Herstellen doe je maar één keer.
Bij triatleten is het volume zelden het probleem. De verdeling wel.
Gratis. Vier minuten. Direct je score op het scherm.
Herkenbaar?
Vier dingen die bij triatleten steeds terugkomen
Negen tot twaalf sessies per week
Op papier een mooie spreiding. In werkelijkheid geen enkele dag zonder training.
De loopvorm blijft achter
Zwemmen en fietsen gaan vooruit, lopen niet. Meestal omdat het loopwerk op de meest vermoeide momenten van de week valt.
Vroege ochtenden plus late avonden
Zwemmen om zes uur, fietsen om acht uur ’s avonds. Twee kanten van de dag aangetast.
In het laatste blok gaat het mis
Precies wanneer het volume piekt en er geen ruimte meer is om iets op te vangen.
Wat deze sport anders maakt
Meer trainingsuren, dezelfde vierentwintig uur
Een triatleet doet in dezelfde week het werk van drie sporters, met het herstel van één. Dat betekent dat de vraag “kan ik dit aan” belangrijker is dan bij welke andere duursport ook.
Daarbij komt de tijdsdruk. Negen tot twaalf sessies naast een baan betekent trainen aan de randen van de dag, en juist die randen zijn de uren waarin herstel plaatsvindt. Vroeg op voor het zwembad kost je slaap aan de voorkant, laat fietsen kost je slaap aan de achterkant.
Vandaar dat het bij triatleten die vastlopen bijna nooit om conditie gaat, en bijna altijd om de optelsom van de week.
Drie soorten triatleten
De sprint- en olympische afstand
- Hoge intensiteit, relatief beperkte duur
- Herstel tussen kwaliteitssessies is de bepalende factor
- Meestal zes tot negen sessies per week naast werk
De halve en hele afstand
- Lange duurblokken die dagen doorwerken
- Voeding tijdens en na de lange fiets- en looptrainingen is bepalend
- Een blok van twintig weken laat geen ruimte voor uitval
De starter met een eerste wedstrijd
- Drie disciplines tegelijk leren en tegelijk opbouwen
- Grootste risico zit in het loopvolume, dat het snelst te hard gaat
- Zwemmen kost hier de meeste tijd en levert de minste vermoeidheid
De optelsom
Waar het bij triatleten meestal klemt
Belasting
De verdeling over negen tot twaalf sessies, en de ruimte tussen de zware.
Slaap en herstel
Trainen aan beide randen van de dag.
Voeding
Een energieverbruik dat hoger ligt dan de inname bijhoudt.
De sport verschilt, het model niet. Vijf onderdelen bepalen hoeveel je aankunt, en het zwakste bepaalt wat de andere vier opleveren. Zo werkt dat →
De kalender
Het seizoen
Een triatlonseizoen loopt meestal van mei tot september, met een opbouw die in de winter begint. Dat betekent zwemmen in het donker, fietsen binnen, en een piek in volume precies wanneer het buiten warm wordt.
Twee momenten vragen extra aandacht: de overgang van binnen naar buiten in het voorjaar, en de laatste zes weken voor de hoofdwedstrijd. Bij een plan of traject worden die twee expliciet ingepland.
Waar loop je tegenaan
Wat bij triatleten het vaakst speelt
Veelgestelde vragen van triatleten
Kan dit naast mijn triatloncoach?
Ja, en dat is de meest voorkomende combinatie. Hij bepaalt de verdeling over de disciplines, hierbij komt of je lichaam die verdeling aankan.
Waarom blijft mijn loopvorm achter bij zwemmen en fietsen?
Bij de meeste triatleten valt het loopwerk op de meest vermoeide momenten van de week, en lopen is de discipline die het slechtst tegen vermoeidheid kan.
Hoeveel moet ik eten op een lange fietstraining in de opbouw?
Genoeg om de looptraining erna nog te kunnen doen. Wie leegloopt op de fiets, verliest niet alleen die training maar ook de volgende twee dagen.
Zwemmen om zes uur ’s ochtends, fietsen ’s avonds. Wat doet dat met mijn herstel?
Het knipt je nacht aan beide kanten af. Dat hoeft geen probleem te zijn, mits de dagen eromheen daarop worden aangepast, en dat is precies wat er in een plan wordt uitgeschreven.
Hoe vaak per week kan ik een echt zware sessie doen?
Voor de meeste triatleten met een baan zijn dat er twee, hooguit drie. Meer levert zelden extra aanpassing op.
Werkt dit ook voor een eerste hele afstand?
Ja. Bij een eerste hele afstand is de belangrijkste vraag niet hoe je de wedstrijd uitrijdt maar hoe je het blok van twintig weken doorkomt zonder uitval.
Verder lezen
Meer over triatleten en belastbaarheid
Begin bij weten waar het vastloopt.
Twintig vragen, vier minuten. Eerst je doel en de datum waarop je moet staan, daarna waar het bij jou klemt.
Gratis. Vier minuten. Direct je score op het scherm.